Sprite icons

EPBD-update: Focus op binnenluchtkwaliteit en ventilatie

08-05-2026 Heidi Wyns
De richtlijn inzake de energieprestatie van gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD) is een belangrijke wetgeving van de Europese Unie die gericht is op het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen in de EU-lidstaten. Naast energieprestaties legt de nieuwste herziening echter ook sterk de nadruk op binnenluchtkwaliteit en ventilatieNieuwe en gerenoveerde gebouwen moeten voldoen aan strengere normen voor luchtkwaliteit, waaronder de monitoring van koolstofdioxide (CO2) en fijnstof (PM2,5), met geavanceerde, vraaggestuurde ventilatiesystemen. Dit zorgt voor gezondere en energie-efficiëntere gebouwen in heel Europa. Lidstaten moeten deze richtlijn uiterlijk in mei 2026 omzetten naar een nationale of regionale wetgeving.
Laten we de evolutie van de EPBD eens van dichterbij bekijken:
 
 
2002–2018: Op weg naar energie-efficiënte gebouwen
De EPBD werd reeds in 2002 ingevoerd, in de nasleep van het Kyoto-protocol, met als doel de CO2-uitstoot te verminderen door de energieprestaties van gebouwen te verbeteren. De richtlijn introduceerde een gemeenschappelijk kader voor het berekenen van energieprestaties, stelde minimumnormen vast voor nieuwe en gerenoveerde gebouwen, verplichtte energielabels en vereiste regelmatige inspecties van boilers en airconditioningsystemen.
In 2010 werd de EPBD voor het eerst herzien met de introductie van het concept “bijna-energieneutrale gebouwen”. In 2018 volgde een nieuwe herziening om de renovatiegraad te verhogen en de doelstellingen van Europa inzake klimaatneutraliteit in 2050 te ondersteunen.
 
Berlaymont gebouw Brussel
De EU-bouwsector: nog veel werk voor de boeg!
Ondanks uitgebreide inspanningen en regelgeving blijven de Europese gebouwen sterk energie-inefficiënt, vooral oudere gebouwen. De cijfers spreken dan ook voor zich:
  • 85% van de EU-gebouwen werd gebouwd vóór 2000
  • 75% van de EU-gebouwen is energie-inefficiënt
  • 40% van het energieverbruik in de EU komt door gebouwen
  • 33% van de broeikasgasemissies in Europa is afkomstig van gebouwen
  • 80% van het energieverbruik in woningen gaat naar verwarming, koeling en warm water
En nóg zorgwekkender: het jaarlijkse renovatietempo bedraagt slechts ~1%, wat betekent dat het aan het huidige tempo eeuwen zou duren om de gebouwenvoorraad te decarboniseren.
We kunnen dus stellen dat Europa wel op koers is, maar nog lang niet op kruissnelheid!
 
 
2024: Tijd voor een nieuwe versnelling
In mei 2024 heeft de EU een ingrijpende herziening van de EPBD gelanceerd. De nieuwe richtlijn streeft naar een volledig klimaatneutrale gebouwenvoorraad tegen 2050 en scherpt de kortetermijndoelstellingen aanzienlijk aan. Lidstaten moeten deze richtlijn uiterlijk in mei 2026 omzetten in nationale of regionale wetgeving.
 
Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?
 
Nul-emissiegebouwen
De reikwijdte van de richtlijn werd uitgebreid: de focus verschuift van bijna-energieneutrale gebouwen naar nul-emissiegebouwen. Vanaf 2028 moeten alle nieuwe openbare gebouwen nul-emissie zijn, en vanaf 2030 geldt dit voor alle nieuwe gebouwen. Dit betekent een combinatie van een hoge energie-efficiëntie met een lokale opwekking van hernieuwbare energie. Bestaande gebouwen moeten geleidelijk evolueren naar nul-emissiestatus tegen 2050.
 
Verplichte hernieuwbare energie
Zonnepanelen worden verplicht voor alle nieuwe gebouwen, openbare gebouwen en ingrijpende renovaties. Zo wordt de opwekking van hernieuwbare energie een standaardonderdeel in plaats van een optionele upgrade. Veel gebouwen zullen ook fotovoltaïsche systemen of zonneboilers moeten installeren voor de productie van elektriciteit of warm water.
Deze verplichting ondersteunt de klimaatdoelstellingen van Europa door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, energiekosten te verlagen en bij te dragen aan de algemene hernieuwbare-energiedoelstellingen van het continent.
 
Afbouw van fossiele verwarming
De herziene EPBD draagt bij aan de geleidelijke afbouw van fossiele verwarmingssystemen in de EU. Losstaande gas- en olieketels krijgen sinds 2025 geen subsidies meer, wat de overstap naar warmtepompen, stadsverwarming en andere koolstofarme alternatieven stimuleert.
Gezien de gemiddelde levensduur van verwarmingssystemen van ongeveer 20 jaar, moedigt deze maatregel gebouweigenaren aan om sneller over te stappen op koolstofarme oplossingen. Het beleid is gericht op het verhogen van energie-efficiëntie, het verminderen van broeikasgasemissies en het stimuleren van innovatie in koolstofarme verwarmings-technologieën binnen de gebouwensector.
 
Strengere renovaties
Nationale renovatieplannen worden aangescherpt, vooral voor de slechtst presterende gebouwen, zodat energie-efficiëntieverbeteringen systematisch en meetbaar worden uitgevoerd.
“Renovatie-paspoorten” zullen gefaseerde verbeteringen begeleiden en bieden gebouweigenaren een duidelijk stappenplan. Daarbij ligt de focus op energiebesparing, binnenluchtkwaliteit en langetermijn-duurzaamheid. Deze vernieuwde aanpak stimuleert ook geïntegreerde planning, waarbij isolatie, verwarmingssystemen, ventilatieverbeteringen en hernieuwbare energie-installaties worden gecombineerd voor een maximaal effect.
 
 
Binnenluchtkwaliteit en ventilatie: Een nieuwe prioriteit
Voor het eerst integreert de herziene EPBD expliciet de kwaliteit van het binnenmilieu (Indoor Environmental Quality, IEQ) – waaronder binnenluchtkwaliteit (Indoor Air Quality, IAQ) en ventilatie – als doelstelling naast energieprestaties. De richtlijn definieert IEQ en vereist dat lidstaten nationale normen vaststellen voor een gezonde binnenlucht.
 
Wat zijn de belangrijkste bepalingen?
 
IAQ-monitoring
Nieuwe niet-residentiële nul-emissiegebouwen moeten sensoren en regelsystemen installeren voor het monitoren van de luchtkwaliteit (zoals CO2 en PM2,5). Bestaande gebouwen moeten deze systemen enkel toevoegen bij ingrijpende renovaties.
Ventilatie moet vraaggestuurd worden: CO2-concentratie wordt daarbij een belangrijke indicator voor de ventilatie-efficiëntie.
 
Ventilatiedebieten
Minimale ventilatie moet gegarandeerd blijven om onvoldoende luchtverversing te vermijden. Het ontwerp van gebouwen moet zorgen voor voldoende luchtverversing (vaak via warmteterugwinning), zonder onnodig energieverlies.
 
Gebouwbeheersystemen
De EPBD breidt de vereisten rond gebouwautomatiserings- en regelsystemen (Building Automation and Control Systems, BACS) verder uit. Tegen eind 2029 moeten ook kleinere systemen (vanaf 70 kW) uitgerust zijn met BACS met IAQ-monitoring.
Nieuwe woningen moeten gebruikmaken van geavanceerde thermostatische regeling en hydraulische inregeling om luchtstromen te optimaliseren.
 
Smart readiness
De nieuwe richtlijn stimuleert het gebruik van IoT en AI voor IEQ. Lidstaten moeten rekening houden met de Smart Readiness Indicator (SRI) en ervoor zorgen dat regelsystemen temperatuur, vochtigheid, ventilatie en verontreinigingen kunnen monitoren.
In de praktijk betekent dit dat facility managers steeds meer zullen vertrouwen op digitale sensoren en monitoring om te voldoen aan de EPBD-vereisten. Zo wordt het monitoren van CO2-niveaus cruciaal voor de conformiteit van de ventilatie, terwijl ook het gebruik van emissiearme bouwmaterialen en filters nodig is om PM2,5 en VOC’s te beperken.
 
De herziening van EPBD zet Europa verder op koers naar gezondere en geavanceerde gebouwen. Maar de tijd dringt: lidstaten moeten de regels tegen mei 2026 omzetten en starten met de implementatie van sensoren, renovatieplannen en verbeterde ventilatiesystemen.
Met maatregelen die variëren van verplichte IAQ-sensoren tot vraaggestuurde ventilatie, evolueert de Europese gebouwensector richting een groenere, gezondere en veerkrachtigere toekomst.
 
 
Sentera’s geavanceerde oplossingen ter ondersteuning van EPBD-conformiteit
Om te voldoen aan de evoluerende EPBD-vereisten zijn een betrouwbare monitoring en regeling van de binnenluchtkwaliteit en ventilatie essentieel.
Sentera biedt een breed gamma aan sensoren en regelaars, en HVAC-oplossingen die ontworpen zijn ter ondersteuning van vraaggestuurde ventilatie en BACS. Dit omvat sensoren voor temperatuur, relatieve vochtigheid, koolstofdioxide (CO2), luchtkwaliteit (VOC), giftige gassen (CO, LPG) en verschildruk, evenals geavanceerde regelaars en IoT-gebaseerde monitoringoplossingen. Samen helpen deze technologieën om conformiteit te garanderen, terwijl ze tegelijkertijd energie-efficiëntie en gebruikscomfort verbeteren. Naarmate de regelgeving strenger wordt, zal de integratie van dergelijke technologieën cruciaal zijn voor gezonde en toekomstbestendige gebouwen.
 
 
Rapporteer een fout
Wilt u alle informatie op onze website zien? Log dan in of registreer u alstublieft...
Aanmelden
Verplicht(*)