Wat is een stuursignaal?
Een stuursignaal wordt doorgaans gebruikt om een elektronisch toestel aan te sturen. Dit kan een ventilatorsnelheidsnelheidsregelaar zijn, een klepaandrijving, een EC-ventilator, enz.
Bijvoorbeeld: je geeft een ventilatorregelaar aan welke snelheid de ventilator moet draaien. Door aan een knop te draaien, stel je de gewenste snelheid in. Wat er eigenlijk gebeurt, is dat je door aan die knop te draaien een stuursignaal genereert (meestal 0–10 volt). In dit voorbeeld betekent 0 V “laat de motor op minimumsnelheid draaien” en 10 V “laat de motor op maximumsnelheid draaien”.
Types stuursignalen
Er bestaan veel verschillende stuursignalen. Je kan het vergelijken met verschillende talen waarmee mensen communiceren. Een stuursignaal kan analoog of digitaal zijn.
Enkele voorbeelden van analoge stuursignalen zijn:
- 0–10 V
- 0–20 mA
- PWM
Elk type heeft zijn voor- en nadelen. Een 0–10V-signaal wordt zeer vaak gebruikt. Het is goed gekend en redelijk eenvoudig toe te passen. Een nadeel is dat de kabellengte beperkt moet blijven om een goede werking te garanderen. Bovendien is het vrij gevoelig voor storingen. Stroomkabels die te dicht in de buurt liggen van kabels met 0–10V-stuursignalen zijn een typische bron van problemen. Pulse width modulation (PWM)-signalen zijn minder gevoelig voor storingen, maar iets complexer om te implementeren. En ook hier moet de kabellengte beperkt blijven.
Tegenwoordig wordt steeds vaker gebruik gemaakt van digitale stuursignalen. Een voorbeeld hiervan is Modbus RTU-communicatie. Het grote voordeel van deze technologie is dat robuustheid en ongevoeligheid voor interferentie. Kabellengtes tot 1000 meter vormen geen probleem. Met repeaters kunnen extra segmenten van telkens 1000 meter worden toegevoegd. Welk stuursignaal gebruikt wordt, hangt vaak af van de toestellen waarmee gecommuniceerd moet worden en de mogelijkheden die deze bieden.
Hoe wordt een stuursignaal gegenereerd?
Een stuursignaal kan handmatig of automatisch worden gegenereerd. Door aan de knop van een potentiometer te draaien, kan je manueel een stuursignaal creëren. Door van een lage naar een hoge stand te draaien, stijgt het stuursignaal van 0 naar 10 volt. Zo kan je handmatig de snelheid van een ventilator bepalen. Er bestaan ook schakelaars die het 0–10V-signaal opsplitsen in drie of meer stappen, zodat je het ventilatiesysteem in meerdere standen kunt bedienen.
Een stuursignaal kan ook automatisch gegenereerd worden. HVAC-sensoren van Sentera meten temperatuur, relatieve vochtigheid en soms ook CO₂ of de luchtkwaliteit. Op basis van deze metingen genereren ze een stuursignaal. Dit signaal kan vervolgens gebruikt worden om de ventilatorsnelheid aan te sturen.
Wanneer gegevens van meerdere sensoren nodig zijn om de ventilator te regelen, is er een HVAC-regelaar vereist. Deze regelaar monitort en interpreteert de metingen van de verschillende sensoren. Het algoritme van de regelaar gebruikt deze informatie om een stuursignaal te genereren en hiermee andere toestellen te regelen (bijv. een ventilatorsnelheidsregelaar, klepaandrijving, EC-ventilator, enz.).
Ingangen en uitgangen
Toestellen zoals potentiometers en sensoren genereren een analoog stuursignaal. Via dat stuursignaal kunnen ze andere apparaten aansturen. Ze sturen het signaal via hun analoge uitgang. Het andere toestel (bijv. een ventilatorsnelheidsregelaar) ontvangt het stuursignaal via zijn analoge ingang. Het stuursignaal vertelt de ventilatorregelaar op welke snelheid de motor moet draaien.