Sprite icons

Hoe installeer je deze sensor?

 
Een correcte installatie garandeert een optimale nauwkeurigheid en een langdurige betrouwbaarheid van de CO-sensor. Volg onderstaande stappen zorgvuldig om een veilige en precieze werking te verzekeren.
 
1. Keuze van de installatieplaats
De CO-sensor is ontworpen voor gebruik binnenshuis of overdekte buitenruimtes waar koolstofmonoxide kan voorkomen. Typische toepassingen zijn:
  • Parkeergarages
  • Magazijnen
  • Werkplaatsen, laadzones of afgesloten ruimtes waar voertuigen of apparatuur op brandstof gebruikt worden
 
Voor de beste werking installeer je de CO-sensor binnenshuis op ongeveer 150 cm boven de vloer, in de typische ademzone. Omdat koolstofmonoxide (CO) iets lichter is dan lucht, zal het stijgen en zich ophopen in het hogere deel van een ruimte – daarom zorgt montage op deze hoogte voor de meest representatieve metingen.
 
Bij het kiezen van de installatieplaats:
Installatieplaats CO-sensor
  • Vermijd plaatsen dicht bij directe CO-bronnen, zoals verbrandingsapparatuur, voertuigen of uitlaatventilatie.
  • Plaats de sensor niet direct onder het plafond, waar de luchtcirculatie mogelijk slecht is.
  • Laat minstens 50 cm vrije ruimte rondom het toestel voor een goede luchtstroming.
  • Bescherm de sensor tegen direct zonlicht, stof en fysieke obstructies.
  • De sensor is alleen geschikt voor gebruik binnen of overdekte buitenomgevingen.
 
2. Montage en elektrische aansluiting
  • Schakel de stroomvoorziening uit vóór de installatie.
  • Verwijder de cover door het voorpaneel los te schroeven.
  • Monteer de behuizing stevig aan de muur of het gekozen oppervlak met de juiste schroeven en volgens de afmetingen uit de handleiding.
  • Controleer of de voedingsspanning overeenkomt met de specificaties van het toestel.
  • Leid de aansluitkabel door de wartel en maak de bedrading af volgens het bedradingsschema.
  • Sluit de cover en draai de schroeven vast voor een goede afdichting.
  • Zet de stroomvoorziening weer aan en controleer of de LED-indicatoren een normale werking aangeven.
  • Stel de gewenste toestelparameters of communicatiesettings in via de 3SModbus-software.
 
3. Voorzorgsmaatregelen en praktische tips
Om een betrouwbare werking op lange termijn te garanderen en het sensorelement te beschermen, volg deze richtlijnen:
  • Gebruik de sensor alleen in omgevingen met een normale atmosfeer, dat wil zeggen met normale zuurstofniveaus (ongeveer 21%) en zonder hoge concentraties van andere gassen of dampen. De sensor is niet bedoeld voor gebruik in zuurstofarme, zuurstofrijke of sterk vervuilde omgevingen.
  • Vermijd blootstelling aan vluchtige organische stoffen (VOC's), siliconedampen, waterstofsulfide of zure gassen, aangezien deze stoffen het sensorelement kunnen aantasten en de meetnauwkeurigheid beïnvloeden.
  • Voorkom verontreiniging door oliedamp, zoutnevel of overmatig stof. In zware omstandigheden installeer je een externe luchtfilter ter bescherming van het toestel.
  • Bescherm de sensor tegen condensatie, indringing van vocht en elektrische overspanning.
  • Houd de behuizing tijdens de werking altijd gesloten om de sensor te beschermen.
  • Schakel de stroom uit voor onderhoud of reiniging.
  • Als de sensor langere tijd niet gebruikt wordt, bewaar hem dan in de originele verpakking op een schone, droge en stofvrije plaats.
 
 
Rapporteer een fout
Wilt u alle informatie op onze website zien? Log dan in of registreer u alstublieft...
Aanmelden
Verplicht(*)